Een blik op de toekomst van circulariteit in de bouwsector

/AAES/NL/News/2019/Circulariteit%20web.png

Wie dieper in wil gaan op het onderwerp circulariteit in de bouwsector, zal eerst moeten kijken naar het grote plaatje. Daarmee doel ik op de mensheid als ‘ontplofte diersoort’. Een diersoort die het ecosysteem in de war brengt en de grondstoffen – die vaak miljoenen jaren opgeslagen waren – in rap tempo verbrandt. Een van de redenen daarvoor is dat we als mens een soort microklimaat voor onszelf hebben gecreëerd in onze woningen. Huizen moeten warm en goed geventileerd zijn, met een gemiddelde temperatuur tussen de 20 en 23 graden. Dat kost een hoop energie én materialen. Wat als die energiebronnen en materialen ooit op raken?

Om te voorkomen dat we grondstoffen en materialen uitputten, moeten we ons veel bewuster worden van de eindigheid ervan. Onze huidige gewoonte van producten kopen, gebruiken en weggooien is niet langer houdbaar: we moeten zaken op andere wijze gaan gebruiken. Dat is waar het onderwerp circulariteit om de hoek komt kijken. Dit principe gaat ervan uit dat grondstoffen, materialen en producten hun waarde blijven behouden, waardoor er uiteindelijk geen afval meer zal zijn. Zo biedt circulariteit een oplossing voor het huidige overspannen gebruik van grondstoffen en materialen. 

Circulariteit in de bouwsector 
Voor de bouwsector betekent dit dat bij elk product dat wordt toegepast moet worden nagedacht of het a) wel echt nodig is en b) hergebruikt kan worden. Dit begint al bij de architect. Woningen moeten bijvoorbeeld kleiner en compacter gaan worden. Maar we moeten ook beter gaan nadenken over gebouwstructuren die langdurig of zelfs eeuwig kunnen blijven functioneren. Daarbij zijn een aantal zaken van belang. 

Om te beginnen moeten we weldadiger en genereuzer bouwen. We zien het regelmatig: gebouwen die na een aantal jaar worden afgeschreven en gesloopt, waarna er op dezelfde locatie een nieuw pand wordt neergezet. Niet gek, want een verbouwing of renovatie is vandaag de dag nog altijd duurder dan nieuwbouw. We zullen echter vaker moeten gaan kiezen voor een ecologische efficiency-slag in plaats van bovengenoemde financiële efficiency-slag. Door weldadiger en genereuzer te gaan bouwen, kunnen we ervoor zorgen dat gebouwstructuren en casco’s herbruikbaar zijn voor verschillende doeleinden. Denk aan ruime hoofd-draagconstructies met een demontabele inbouw die kan variëren van een interieur voor woningen, kantoren of zorginstellingen. Het oude centrum van Amsterdam vind ik een mooi voorbeeld hiervan. De gebouwen binnen de grachtengordels hebben door de eeuwen heen verschillende functies vervuld, van handelshuizen tot woningen, bedrijven en hotels. Hoewel de functie continu veranderde, bleven de structuren hetzelfde. 

Naast flexibele gebruiksmogelijkheden van gebouwstructuren, betekent circulariteit in de bouw ook herbruikbaarheid van materialen. Idealiter zouden alle elementen van een gebouw op den duur weer teruggebracht moeten kunnen worden tot zelfstandige, herbruikbare producten. ‘Remontabel’ noem ik dat. Een remontabel gebouw gaat nog een stap verder dan een demontabel pand: de elementen kunnen niet alleen gedemonteerd worden, maar ook weer op een andere manier gebruikt. Dat kan op relatief eenvoudige wijze, bijvoorbeeld door zaken vast te schroeven in plaats van spijkeren of verlijmen. Of door de keuze voor houtskeletbouw. Maar het brengt ook ingewikkeldere aspecten met zich mee, zoals het loskoppelen van installatietechniek en bouwkundige elementen. Hoe ga je bijvoorbeeld de leidingen van een gebouw hergebruiken? Allemaal vragen die al bij het ontwerp van een pand meegenomen kunnen worden.

Ook het gebruik van prefab-elementen speelt een rol. In Nederland zijn we gewend om eerst kozijnen neer te zetten en er dan een muur omheen te metselen. In bijvoorbeeld Duitsland werkt men andersom. Daar wordt gekozen voor standaard gevelopbouwen waar kozijnen en deuren in geplaatst kunnen worden. Door zoveel mogelijk te werken met gestandaardiseerde producten en structuren kunnen we ervoor zorgen dat elementen zo bruikbaar mogelijk blijven.

Waar staan we in Nederland?
Veel gemeenten in ons land zetten al zwaar in op circulariteit. Zo worden er steeds meer (kleinschalige) pilots gedaan met circulaire bouwprojecten. De overheid is zich bewust van het belang van circulair bouwen. Toch zijn er nog een aantal drempels te nemen. Om te beginnen de financiële argumenten. Voor veel projectontwikkelaars is circulariteit een te grote belasting van hun werk en bouwkosten. Ook lopen zij tegen het garantieprobleem aan: welke garanties geven zij klanten op circulaire bouwprojecten? Tot slot speelt schaalbaarheid een rol. Hoe zorgen we er bij grote projecten, zoals de bouw van een grootschalig appartementencomplex, voor dat er voldoende herbruikbare materialen beschikbaar zijn om een generieke oplossing te vinden? Ik geloof dat de overheid de kaders hiervoor moet scheppen in de vorm van minder gedetailleerde, maar wel duidelijkere regels. Door goede, eenduidige regels op te stellen zijn we niet langer afhankelijk van een paar vooroplopende, weldenkende ontwikkelaars maar kunnen we op grote schaal aan de slag met circulariteit. 

De toekomst van circulariteit
Voorspellen waar we over tien of twintig jaar staan als het gaat om circulair bouwen, is lastig. Wel kan ik mijn droom uitspreken, namelijk dat de ontwerp- en de maakindustrie nauwer gaan samenwerken om circulariteit mogelijk te maken. Voor mij betekent dat meer respect tonen voor elkaar en nieuwsgierig zijn naar wederzijdse ideeën. Alleen door onderzoek te doen, met elkaar in gesprek te gaan en elkaars bijdragen te respecteren, kunnen we werken aan het grotere geheel van circulariteit en verantwoord gebruik van materialen binnen onze maatschappij. Daarin is ook een belangrijke functie weggelegd voor andere disciplines. Denk aan natuurkundigen, chemici, werktuigbouwkundigen. Zij hebben de kennis over hoe materialen en producten opgebouwd zijn, hoe ze werken en hoe ze optimaal gebruikt kunnen worden. Interdisciplinaire teams dus. Zo kunnen we samen de nieuwe wereld gaan vormgeven.