Van EPC naar BENG: zo bent u klaar voor juli 2020

/global/scaled/1024x446x0x46x1000x435/AAES-NL-News-2019-beng.jpg

Op 1 juli 2020 is het zover: dan moeten alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Omdat overheidsgebouwen een voorbeeldfunctie hebben, moet dit type gebouwen bij aanvraag van de omgevingsvergunning al sinds 1 januari 2019 aan de BENG-eisen voldoen. Waar op dit moment de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) nog wordt gebruikt voor het bepalen van de energiezuinigheid van gebouwen, wordt deze coëfficiënt vanaf volgend jaar vervangen door de zogenaamde BENG-indicatoren. Wat betekent dat precies? En wat zijn de gevolgen? Deze blog geeft antwoord op de belangrijkste vragen.

Wat is de Energie Prestatie Coëfficiënt? 

De Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) is de maat voor energiezuinigheid van gebouwen. De NEN 7120 Energieprestatie van gebouwen (EPG) is door het Bouwbesluit per 1 juli 2012 aangewezen als bepalingsmethode voor het maken van EPC-berekeningen. Bij dit soort berekeningen wordt gekeken naar de energiezuinigheid van woningen of utiliteitsbouw, op basis van eigenschappen van het pand, de installaties en het gedrag van gebruikers. In het Bouwbesluit zijn onder andere de maximale EPC-waardes voor verschillende soorten gebouwfuncties – zoals kantoorfunctie, onderwijsfunctie of woningen – vastgelegd. Deze eisen werden begin 2015 voor het laatst aangescherpt. Sindsdien geldt voor nieuwbouwwoningen bijvoorbeeld een maximale EPC-waarde van 0,4. Voor nieuwe gebouwen met een kantoorfunctie is dat 0,8 en voor gebouwen met een onderwijsfunctie 0,7. 

Hoe vervangt de BENG-norm de EPC?

Vanaf volgend jaar moeten alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen, een afspraak die voortkomt uit het Energieakkoord voor duurzame groei en de Europese richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Voor het bepalen van de energieprestaties van gebouwen zijn drie BENG-indicatoren opgesteld: 

  1. de maximale energiebehoefte in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar; 

  2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar; 

  3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. 

Met ingang van 1 juli 2020 wordt de NEN 7120 vervangen door de NTA 8800 als bepalingsmethode om in kaart te brengen of een gebouw voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de wet- en regelgeving. Deze methode geldt voor zowel woning- als utiliteitsbouw, en voor nieuwbouw en bestaande bouw.

Wat zijn de gevolgen van de overgang van EPC naar BENG?

De overgang van één naar drie indicatoren voor de energiezuinigheid van gebouwen maakt het mogelijk om nieuwbouw verder te verduurzamen en steeds meer bijna energieneutrale gebouwen te creëren. Voor gebruikers betekent dit een energiezuinig, comfortabel pand. Een gebouw dat voldoet aan de BENG-eisen is bovendien toekomstbestendig en daardoor waardevaster dan gebouwen die dat niet doen. 

De focus op de energieprestaties van gebouwen stopt echter niet bij de BENG-eis. Ook als vanaf juli 2020 de BENG-indicatoren zijn vastgelegd in de wet, zijn er mogelijkheden om het energieverbruik van gebouwen verder naar beneden te brengen dan de vereiste getallen. Zo zien we steeds meer energieneutrale gebouwen, zoals nul-op-de-meterwoningen. De BREEAM-NL-methode, ontwikkeld en beheerd door de Dutch Green Building Council, speelt hierbij een belangrijke rol. Dit keurmerk wordt gebruikt voor het beoordelen en meten van duurzaamheidsprestaties van gebouwen en biedt handvatten voor het behalen van nog lagere waardes dan de indicatoren die zijn vastgelegd in de wet- en regelgeving. 

Hiermee wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar het daadwerkelijke gebruik van een gebouw. Hoewel de BENG-indicatoren het eenvoudiger maken om energieverbruik van een gebouw nauwkeuriger te voorspellen, blijft het werkelijke gebruik van een pand een grote rol spelen. Een gebouw dat voldoet aan de BENG-eisen maar waar de hele dag de ramen openstaan, is immers nog steeds niet energiezuinig. 

Ook is de BREEAM-NL-methode te gebruiken voor specifieke gebouwen, zoals logistieke panden, waarvoor de BENG-eisen niet gelden. De methode maakt het mogelijk om de duurzaamheidsprestaties van een dergelijk gebouw te beoordelen op onderdelen als gezondheid, energie, transport, water en materialen. Dit biedt diverse voordelen. Niet alleen worden de werkelijke duurzaamheidsprestaties van een logistiek pand inzichtelijk, ook biedt het aanknopingspunten om aanvullende maatregelen te nemen om zo energie en kosten te besparen. Op die manier zet men telkens een volgende stap in de weg naar een duurzamere toekomst. 

Wilt u meer weten over BENG of andere zaken op het gebied van duurzaamheid van gebouwen? Neem contact met ons op, we gaan graag met u in gesprek!