We gaan hoe dan ook circulair bouwen

Circulair ontwerpen en bouwen

Een terugblik op de bouwbeurs van 7 februari met als thema circulair ontwerpen en bouwen.

Dat circulair bouwen niet duurder zou zijn dan de conventionele bouwmethodes is een misverstand. Zeker als het om woningbouw gaat. Duurder, goedkoper of even duur zijn misschien ook niet de juiste vragen. Waar het om gaat, is dat we als bouwsector niet anders wíllen dan circulair bouwen en dat gaat tijd en moeite kosten. Daar komt bij dat we nog niet 100 procent circulair kunnen bouwen. Nu niet, maar over tien jaar waarschijnlijk ook nog niet. Wat wél vaststaat, is dat het wat bouwen betreft die richting uitgaat. Circulair bouwen en ontwerpen gaat hoe dan ook normaal worden. Daar is gelukkig geen ontkomen aan.

Patch 22

Bovenstaande uitspraken werden opgetekend tijdens de themadag ‘Circulair Ontwerpen & Bouwen’ die ASSA ABLOY Entrance Systems organiseerde tijdens de afgelopen Bouwbeurs in Utrecht. Om het thema goed te adresseren, waren onder meer Tom Frantzen en Hans Hammink als spreker uitgenodigd. Zij zijn pioniers als het om circulariteit gaat.

Het door architect/ontwikkelaar Tom Frantzen ontwikkelde woongebouw Patch22 in Amsterdam-Noord is ontwerpen als kantoor. Hiermee genereerde hij optimale flexibiliteit, maar werd de constructie van het gebouw zwaarder en duurder. Dat is dus minder winst per appartement.

In Patch22 was per verdieping plek voor acht units en maximaal 48 appartementen in het hele gebouw. Uiteindelijk werden er minder maar wel grotere appartementen gerealiseerd. Dat gaf onverwacht juridische problemen. De gemeentelijke administratie wil geen huisnummers reserveren en dat kan voor moeilijkheden zorgen als op termijn een groot appartement gesplitst wordt. Uiteindelijk zijn de huisnummers toch veiliggesteld en is dit slechts een klein praktijkvoorbeeld en niets vergeleken met de hobbels die de sector nog zal moeten nemen om tot circulair bouwen en ontwerpen te komen. 

Kinderschoenen

Circulair pionier van het eerste uur is Hans Hammink van de Architekten Cie. Hij was nauw betrokken bij Circl, het circulaire paviljoen van ABN AMRO in Amsterdam. Toen hij een paar jaar geleden als projectarchitect aan Circl begon, stond urban mining nog in de kinderschoenen en waren ‘gebruikte’ bouwmaterialen nauwelijks beschikbaar. Laat staan dat hij als architect wist hoe je circulair moest ontwerpen en bouwen.

De eerste partij bouwmateriaal die hij op de kop tikte, waren gebruikte kozijnen. Nog nooit met dergelijk materiaal gewerkt, transformeerde hij het materiaal in een functionele wand. Volgens velen een van de mooiste onderdelen van het gebouw. En dan kan het hard gaan. De Cie maakten van Circl een aansprekend circulair voorbeeldproject en Hammink deelt zijn circulaire kennis inmiddels met collega’s en als gastdocent met studenten aan internationale universiteiten.

Pannelleden

Geen moeten maar willen

Om het begrip circulair ontwerpen en bouwen breed te bespreken, was er ’s middags een paneldiscussie. Deelnemers hieraan waren Pam van Wanrooij (PHI Factor), Jan Kadijk (DGBC), Sander Holm (BAM Bouw en Ontwikkeling), Alijd van Doorn (Habeon/Heembouw), Stingo Huurdeman (VMRG), Harm van Dartel (SKG-IKOB) en René Rustenhoven (ASSA ABLOY Entrance Systems). Aan de hand van stellingen werden de voetnagels en klemmen op de weg naar 100 procent circulariteit uitvoerig besproken. Het publiek in de zaal kon digitaal stemmen met hun mobieltjes.

Een opmerkelijke uitkomst van de discussie was dat je met ‘moeten’ niet ver komt als het om circulariteit gaat. Waar het volgens het panel om gaat, is dat we als bouwsector niet anders dan circulair willen gaan bouwen en dat gaat tijd kosten. Er werd ook stilgestaan bij de financiële kant van de zaak. Wat bleek, was dat niemand moeite had met de stelling van Tom Frantzen. Namelijk, 'Circulair bouwen is duurder'.

Uit de online stemmen bleek zelfs dat een ruime meerderheid van 77 procent aangaf dat als circulair bouwen duurder is, we het toch moeten gaan doen. Een gegeven dat optimistisch stemt. Gevraagd naar de grootse uitdaging bij het realiseren van een circulair gebouw, noemden de digitale stemmers wet- en regelgeving (36%), de markt (26%) het verdienmodel (21%) en de techniek (11%). Wet- en regelgeving wordt dus als het grootste struikelblok gezien.

Lees hier meer over het innovatiecafé.

No-go of showstopper

Wat er gecompliceerd aan is, is dat gebouwen bij oplevering moeten voldoen aan de wet- en regelgeving van dit moment, maar als de toegepaste materialen over pakweg 40 jaar opnieuw toegepast worden, voldoen ze dan nog steeds aan de dan geldende normen? Alle deelnemers waren het erover eens dat wet- en regelgeving een no-go of showstopper is, maar gek genoeg niet de lastigste horde. Dat lijken toch de gemeentelijke en landelijke overheid te zijn. Toch liggen daar volop kansen. Den Haag ziet graag dat in 2050 de Nederlandse economie 100 procent circulair is. De bouw kan volgens het panel dus enige druk uitoefenen. Hopelijk kan de sector op enige clementie rekenen als het om toestemming voor experimenten gaat. Enige souplesse wat regeltjes over extra huisnummers en aanverwanten zaken betreft wordt door het panel van harte aanbevolen.

Aantoonbare kwaliteit (het verdienmodel, 21%) van de in een gebouw ‘opgeslagen’ materialen is van cruciaal belang als het om circulair bouwen gaat. Een van de panelleden wees daarbij naar de levensmiddelenbranche. In een supermarkt vinden we het heel normaal dat op een etiket staat wie de leverancier is en welke bestanddelen er in het voedsel zitten. Waarom doen we niet hetzelfde bij bouwmaterialen? Het panel was het erover eens dat de toeleverende industrie hier aan zet is. Nauwkeurig registreren uit welke grondstoffen bouwmaterialen zijn samengesteld wordt dan ook met klem aanbevolen. Ook dat hoort bij circulariteit.

Benieuwd naar circulaire automatische deursystemen van ASSA ABLOY Entrance Systems? Klik dan hieronder.

Anita van der BruggeVragen over circulariteit? Welkom!

Als fabrikant en servicepartner komen wij in aanraking met veel vraagstukken omtrent circulariteit en om écht stappen te kunnen zetten, moeten we onze ervaringen met elkaar delen. 

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met:

Anita van der Brugge
E-mail Anita van der Brugge
+31(0)88 0595 532

Toekomstige restwaarde

‘Goed onderhoud van gevelelementen is van essentieel belang voor de circulariteit’ was een andere stelling op dit vlak. Iedereen was het erover eens dat goed gebouwonderhoud bepalend is voor de toekomstige (rest)waarde van verwerkte bouwmaterialen. Net zoals de hele zaal instemde met de stelling dat circulair bouwen vraagt om extra kwaliteitsborging van bouwproducten.

Waar het volgens het panel om draait, is of je na 20, 30 of 40 jaar gebruik überhaupt kunt bepalen wat de kwaliteit is van oude bouwmaterialen. Het maakt nogal wat uit of er regelmatig vakkundig onderhoud gepleegd is en of een materiaal wel of niet intensief gebruikt werd. Ook hier kan het eerder genoemde materiaalpaspoort van een gebouw uitkomst bieden.

In dit document liggen als het goed is alle toegepaste materalen, hun herkomst en samenstelling vast. Als het paspoort gekoppeld is aan een onderhoudssystematiek, dan weet de gebouwbeheerder/eigenaar precies wat de stand van zaken van alle gebouwcomponenten is.

BIM over de specificatie van fabrikanten heen leggen, werd als een andere mogelijkheid gezien. Dan weet je gedurende de levensduur van bijvoorbeeld een gevel precies hoeveel onderhoud er gepleegd is, wat de staat is van de componenten als het glas, de rubbers en noem maar op. Dat maakt waardebepaling op termijn een stuk eenvoudiger.

Volkomen achterhaald

Een andere vraag die laat zien hoe complex circulair ontwerpen en bouwen is, is de vraag hoe je over een paar decennia vraag en aanbod samenbrengt. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over hoe je de veronderstelde restwaarde van de toegepaste bouwmaterialen kunt borgen. Wat destijds als state of the art bouwmateriaal gezien werd, kan 40 jaar later volkomen achterhaald zijn of niet meer voldoen aan normen en testrapporten. Hoe groot zijn de financiële risico’s van dergelijke ‘achterhaalde’ bouwmaterialen en hoe maak je er werkbare modellen van. Het panel kwam er wat dit onderwerp betreft niet uit.

De kwestie van vraag en aanbod op zo’n lange termijn laat zich lastig voorspellen. Maar dat is geen reden om niet met circulair ontwerpen en bouwen te beginnen. Al is het een illusie dat het morgen al kan, daar waren de zaal en het panel het roerend over eens. We kunnen nu nog niet 100 procent circulair bouwen en over tien jaar waarschijnlijk ook nog niet. Wat wél vaststaat, is dat het wat bouwen betreft hoe dan ook richting circulariteit gaat. Zo te bouwen gaat normaal worden. Daar is geen ontkomen aan.

Klik hieronder om er meer over te lezen!