De juiste toegangsoplossing voor ieder weertype

/global/scaled/1567x682x0x175x1000x435/AAES-NL-News-2019-windklassen-klein.jpg

Slecht weer, zoals harde wind, tocht en regen: in ons land komt het vaker voor dan ons lief is. Zeker in de herfstmaanden kan het flink tekeergaan buiten. Bij het ontwerpen van een pand is het dan ook belangrijk om rekening te houden met verschillende weersomstandigheden. Wat is bijvoorbeeld de invloed van harde wind of regen op een pand en zijn deuren? En hoe kiest u de meest geschikte toegangsoplossing voor uw ontwerp? We vertellen het u graag.

Industriële deuren en windbelasting 
Als het gaat om industriële omgevingen, zoals productielocaties, distributiecentra of logistieke omgevingen, heeft wind van alle weersomstandigheden de meeste invloed op een toegangsoplossing. Op een open industrieterrein kan wind een hevige kracht uitoefenen op een pand. Bij het ontwerp van een gebouw moet daarom rekening worden gehouden met de ligging van het gebouw en de mogelijke windbelasting van de vliesgevel. Voor de eerste niveaus van een gebouw (tot vijf meter hoog) gelden vaste normen ten aanzien van de windbelasting die de gevel moet kunnen doorstaan. Wordt er hoger gebouwd, dan neemt de winddruk toe en zullen er aparte berekeningen moeten worden gemaakt. 

Net als voor de gevel is het ook voor de toegangsoplossing belangrijk om een windbelastingsberekening te maken, oftewel een berekening van de maximale druk op de deur per vierkante meter. Let hierbij wel op de locatie van de deur. Bij het bepalen van winddruk zullen veel mensen eerst denken aan wind die pal op de gevel staat. Toch is dit niet het grootste risico. Veel industriële toegangsoplossingen kunnen wind tot windkracht vier probleemloos doorstaan. Het effect van onderdruk wordt echter vaak overschat. 

De trek die door harde wind om een gebouw kan ontstaan, kan zorgen voor onderdruk. Aan de achterkant van het pand ontstaat dan een zuigende werking. De winddruk op de deur kan dan plotseling drie keer zo hoog zijn als aan de voorzijde van het pand, waardoor een (overhead)deur zomaar uit de sponning wordt gezogen. Bij sectionale overheaddeuren, zowel met harde als flexibele deurbladen, kunnen de bladen bovendien kromtrekken en eruit springen. Om de winddruk op een industriële deur zoveel mogelijk te beperken, kunt u ervoor kiezen om de deur iets verder terug in de gevel te plaatsen of om een afscherming te plaatsen. 

De invloed van wind op voetgangersdeuren 
In vergelijking met industriële deuren liggen de entrees van gebouwen zoals hotels, winkels, kantoorpanden of appartementencomplexen vaak minder op open terrein, waardoor de windbelasting anders is. Toch is het ook bij dit soort toegangsoplossingen belangrijk om aandacht te besteden aan weersinvloeden. 

Ook op een schuifdeur, tourniquetdeur of draaideur kan wind immers invloed uitoefenen. Zo is een schuifdeur niet de meest verstandige keuze voor een locatie waar het veel waait. Harde wind zal de deur naar binnen drukken, waardoor de deur uit het schuifmechanisme wordt gedrukt. Dit is op te lossen door het aanleggen van een vloerrail. Let ook op het materiaal. Een volglasdeur is een geliefde oplossing in winkel- en kantooromgevingen, maar het glas kan breken. Dit risico neemt toe naarmate het oppervlak van de deur groter is. Waait het vaak stevig, zorg dan voor versterking van de deur met een harder frame.

Gebouwen met veel bezoekers of gasten beschikken vaak over een hal of lobby die rechtstreeks aansluit op de entree. Dit kan zorgen voor veel trek en tocht. Een tourniquetdeur biedt uitkomst, doordat deze het binnen- en buitenklimaat scheidt waardoor de entree altijd ‘gesloten’ is. 

Soms wordt er vanwege toegankelijkheid of ruimteoverwegingen gekozen voor een draaideur. Een dergelijke deur kan geautomatiseerd worden voor betere doorstroom en meer gemak voor gebruikers. Daarbij is het wel belangrijk dat er bij veel wind of trek voor een zwaardere deur en deurautomaat wordt gekozen. Een andere optie die nog weinig bekendheid geniet, is een balansdeur. Daarbij zit het scharnierpunt halverwege het deurblad, waardoor de druk zich beter over de hele deur verdeelt. Zo is de deur zelfs met een lichte deurautomaat of bij hoge winddruk eenvoudig te openen en sluiten. 

Tochtsluis: denk aan de lengte
Om tocht in een hal of lobby te voorkomen, kiest men vaak voor het creëren van een tochtsluis. Daarbij worden twee schuifdeuren achter elkaar geplaatst. Hierbij is het wel belangrijk dat u een afstand van minimaal vier meter tussen beide deuren aanhoudt. De sensoren van schuifdeuren hebben namelijk een impulsveld van anderhalve meter. Worden deuren te dicht bij elkaar geplaatst, dan kan het openen en sluiten van de deuren niet goed worden afgestemd. En dat komt de doorstroom niet ten goede. Is er in een pand geen ruimte voor een langere tochtsluis? Dan biedt een tourniquetdeur uitkomst. 

Overige weersinvloeden: regen
Houd naast wind en tocht ook rekening met regen. Zorg er – afhankelijk van de functie van een pand – bijvoorbeeld voor dat bezoekers onder een luifel kunnen wachten voor de ingang. Zo voorkomt u bovendien storingen aan de automatisering van de deur. Met een droogloopmat voorkomt u een natte vloer. Dat is belangrijk voor de sensoren van automatische deuren. Deze reageren op veranderingen die zij waarnemen op de vloer. Als een vloer nat is, kan de sensor dit interpreteren als een verandering en kan de deur langer open blijven staan, waardoor regen nog meer kans krijgt om binnen te komen. 

Wilt u meer weten over de beste keuze voor een toegangsoplossing met het oog op weersinvloeden? Neem direct contact met ons op.